“ Mama, wanneer gaan we?!’
“Mama, is het al middag?!”
“Mam, ik mis Marijn zo, gaan we nu weg?!”
“ Mama, oma zei dat we nu naar ze toe mochten gaan, gaan we?!”
Zodra mijn kids (Zara 6 jaar en Daan 4 jaar) weten dat we naar mijn ouders toe gaan, dat er een feestje is waar ook mijn broers en zussen en hun partners bij zijn, dan hebben ze binnen 10 minuten hun brood op, hun kleren aan en hun tanden gepoetst en staan ze klaar om te vertrekken. Elke keer weer doen ze me verbazen en toveren ze een glimlach op mijn gezicht.
Ze zijn dolenthousiast en willen super snel die kant op rijden. Daan rent nog net niet zonder zijn schoenen naar de auto. Als de afspraak pas na de lunch is, dan duurt dat in hun ogen te lang en vragen ze continu wanneer we nu eindelijk naar opa en oma toe gaan. Meestal kan ik ze afleiden met lego of de iPad, maar soms lopen ze de gehele ochtend achter me aan om er maar voor te zorgen dat ik opschiet zodat we weg kunnen.
Eenmaal in de auto zijn Zara en Daan happy en vol adrenaline. Alle plannen worden gedeeld. Daan gaat bijvoorbeeld met zijn oom Marijn allemaal spannende dingen doen die niet mogen en met zijn oom Niels gaat hij vechten als Ninjago. Zara gaat heerlijk kleuren met oma, boodschappen doen op de fiets samen met opa of dansen samen met haar tantes Lotte en Fleur.
Lize, onze jongste van net 1, doet vol blijdschap mee in al het enthousiasme op de achterbank. Je hoort haar schaterlachen en maakt samen met haar grote broer en zus grapjes zoals ze met hun oom Rob altijd doen.
Wanneer we eenmaal de auto parkeren en we door de steeg lopen naar het huis van mijn ouders, hoor ik mijn vader met een gek stemmetje al roepen naar mijn kids; ‘Wie hoor ik daar? Wat komen jullie doen? Er is hier toch geen feestje vandaag?” En daarna maakt hij een gek grapje. Waarop mijn kids natuurlijk reageren met; “gekke opa, dat mag je niet zeggen!” en lopen schaterlachend naar binnen.
Ze rennen daarna door naar mijn moeder en geven hun oma een dikke knuffel. Sprinten door naar de ooms en tantes die er al zijn en springen met grote snelheid en vol vertrouwen bovenop ze.
De rest van de middag ben ik mijn kids ‘kwijt’ en worden ze geëntertaind door de rest van de familie. Ik plof op de bank of gezellig op een stoel en kijk met veel plezier naar alle blijdschap die mijn kids op dat moment laten zien.
Ik kom uit een groot gezin, heb twee broers en twee zussen, allemaal met een partner en mijn oudste broer heeft ook gezellig drie kids.
Elk feestje dat wordt gevierd is altijd ‘groot feest’. Met al mijn familie samen is het huis van mijn ouders gezellig vol en wordt de grootste lol gemaakt met elkaar. We kletsen samen, maken grapjes, drinken en eten gezellig wat en soms spelen we een spelletje waarin de mannen natuurlijk moeten laten zien hoe goed en sterk ze zijn en waarin de vrouwen laten zien dat zij het sterkere geslacht zijn. Of we liggen heerlijk op de bank en de grond en over elkaar heen televisie te kijken.
Iedereen kan altijd zichzelf zijn als we bij elkaar komen. Niemand voelt zich verplicht om er bij te zijn en voelt de vrijheid om te gaan of te blijven slapen als daar de behoeften aan is.
De traditie-feesten zoals bijvoorbeeld kerst (waarin je vaak de mensen om je heen hoort plannen op welke dagen ze naar welke familie toe moeten, terwijl ze liever gezellig thuis zijn met hun eigen gezin en hun rust willen pakken) daarin is er in ons gezin geen druk. Mijn man en ik voelen de vrijheid om die dagen lekker weg te gaan of in alle rust, na de kerstdiensten van de kerk, gezellig thuis te zijn met ons gezin. Maar ook is er de vrijheid om gezellig naar mijn ouders toe te gaan en heerlijk samen te eten met de rest van de familie.
Ik geniet van het enthousiasme en de blijdschap van mijn kinderen als ze naar mijn familie toe gaan. Ik geniet ervan dat ze zich veilig voelen bij mijn familie en dat ze zichzelf kunnen zijn als we samen zijn. Dat ze ervaren wat familie zijn van elkaar betekent en hoe fijn het is om je familie om je heen te hebben. Dat familie er altijd voor je is, ook al kunnen ze misschien niets voor je doen behalve er te zijn. Dat familie geen eisen aan je stelt om er bij te horen, maar die je wel aanmoedigt om door te gaan en verder te groeien. Dat familie de mensen zijn die altijd van je blijven houden.
Ik hoop dat ik mijn kinderen net zo kan opvoeden als mijn ouders dat hebben gedaan bij mijn broers en zussen en mij. Dat ik een huis kan creëren waarin iedereen zich welkom voelt, waarin je heerlijk jezelf kunt zijn en waar niemand zich verplicht voelt om er te zijn, maar dat je er bij bent omdat je dat zelf graag wilt en fijn vindt.
Een plek waar ieder zichzelf is en waar je kunt genieten omdat je samen bent.



Plaats een reactie